Zoeken
  • Paul Licht

“Is dat echt zo? Of is het maar een verhaaltje?”

Dat is de vraag die Fritz zich stelt sinds hij bezig is eerlijk, écht eerlijk te zijn. Fritz is het alter ego van Friedrich Nietzsche in de theatervoorstelling IMMENS. Ik zing daar een bescheiden rolletje in. Na een aantal voorstellingen heeft deze vraag zich stevig in me genesteld. Hoe eerlijk durf jij te zijn? Ik vind dat doodeng. Zeggen wat ik denk, wat ik echt vind. Ik ben geen flapuit, nooit geweest en nooit willen zijn. In een training kreeg ik eens de opdracht binnen één seconde te reageren op wat anderen zeiden. Ik kon het niet. Ik kon niet primair reageren. In mijn hoofd zit altijd een ‘loop’-je, een filter, een check, een inschatting hoe de ander zal gaan reageren.



Waarom eigenlijk? Waarom is het zo belangrijk voor me om te weten wat een ander van mij vindt? Om iets te zeggen dat indruk maakt. Waarom gelachen wordt. Of waar met bewondering naar wordt geluisterd. Dat het verschil maakt, er toe doet. Waarom? En als dat gebeurt, wat heb je er dan aan? Een gevoel van scoren. Goed gevonden worden. Indruk maken. Aandacht.

Ja, misschien vooral om aandacht te krijgen, er bij te horen. Dus probeer ik te voorkomen dat ik iets zeg waar niemand op reageert, wat niemand echt hoort. Of niet begrijpt. Dat ze me stom vinden. Dat je daar dan ineens alleen staat. En het gesprek van de anderen alweer doorgaat. Dan maar liever wat langer nadenken tot ik wat zeg, of helemaal niets zeggen.


Wanneer heb ik me dat aangeleerd? Op school? Ik was een slim jongetje dat al vroeg veel wist. Als de juffrouw of meester een vraag stelde dan wilde ik het liefst meteen antwoorden. Maar dat vinden de anderen in de klas niet altijd leuk. Dus ging ik wachten. Tot ik een beurt kreeg. Totdat niemand anders het wist; niemand zijn vinger opstak. En als ik dan een antwoord gaf of een vraag stelde, had ik daar soms onmiddellijk al weer spijt van. Toen mijn docent Engels vroeg waar de term love in het tennis vandaan kwam, zoals in fifteen-love. Ik vroeg hoe je dat spelde. ‘Zoals in I love you’, antwoordde hij op zijn zwoelst. De hele klas aan het lachen en ik een vuurrode boei.


In mijn massage- en coaching praktijk komen oude herinneringen ook vaak weer boven. In een gesprek wordt iemand zich ineens bewust dat ze op het werk hetzelfde doet als vroeger thuis. Dat ze in een overleg dezelfde positie kiest als vroeger thuis aan de eettafel. Dat ze er niet zomaar iets uit flapt, omdat dat allemaal gedoe geeft, zoals met haar moeder en zus.

Of de man die tijdens een massage voor het eerst voelt wat er gebeurde. Die keer dat zijn vader heel boos op hem werd toen hij

nog maar een jongetje was. Bij die herinnering voelde hij eerst vooral hoe rustig hij bleef. Tot hij in zijn lijf gewaar werd hoeveel boosheid en frustratie hij daaronder vasthield. De kracht die vrij kwam, de ontlading die het gaf toen hij dát naar buiten liet komen! En de – lichamelijke – ontspanning die daarop volgde; hij voelde zijn billen zacht worden.


Herinneringen. Zijn ze echt waar? Of is het maar een verhaaltje? Wilde ik niet het slimste jongetje van de klas zijn, omdat ik mijn vader zo’n betweter vond? Maar ja, dat was zijn moeder ook. En nu ik zelf vader ben, merk ik dat ik het ook altijd beter denk te weten. Geloof ik in dat verhaaltje om het minder erg te maken? Maar doet het ertoe of het waar is. Of het echt gebeurd is zoals je je het herinnert. Het gaat erom of de emotie die vrijkomt, als je het opnieuw beleeft, echt is. En dat voel je! Als je de angst overwint om het opnieuw te durven ervaren, de boosheid of het verdriet echt te voelen, dan lost die herinnering op. De beknelling die het je altijd heeft gegeven verdwijnt. Of zoals Fritz het zegt: ‘Kijk, daar vliegt een herinnering voorbij, die niet langer doet alsof hij de gebeurtenis is waar hij mij aan wil herinneren’.

202 keer bekeken2 reacties
  • w-facebook