Zoeken
  • Paul Licht

‘Wees eerlijk over dat ten koste waarvan je leeft’

Bijgewerkt: 4 nov 2019

‘Niet klagen, gewoon doorgaan.’ Dat is heel lang mijn overlevingsmechanisme geweest. Als het tegenzit; volhouden. Het gaat vanzelf over. Geleerd van mijn moeder. ‘Kijk maar naar anderen; die hebben het veel zwaarder. Ik mag niet klagen.’ Een eigenschap waar je ver mee kunt komen. Zij is er al 82 mee geworden.

In het eerste jaar van mijn studie had ik het moeilijk. Ik was 19, alleen op kamers in een onbekende stad. Voelde me soms best eenzaam. Nieuwe mensen om me heen. Stapels boeken doorwerken voor je studie. Hoewel ik het niet uitsprak, voelde mijn moeder dat heel goed. ‘Hou je taai’, zei ze dan als ik weer vertrok aan het einde van het weekend.



Maar hoe doe je dat? Je taai houden? Laatst waren mijn huisgenoten van toen bij mij thuis. Anna Claudia vroeg hen wat ze zich vooral herinnerden van mij uit die tijd, hoe ik was. Jan hoefde niet lang na te denken. ‘Paul was heel gestructureerd. Elke dag om half 12 naar bed en om half 8 weer op.’ Hoe saai moet ik in hun ogen geweest zijn. Maar terugkijkend was dat mijn houvast om het vol te kunnen houden. Zo werkte ik me ook door al die boeken heen. Drie kwartier lezen. Eén kwartier pauze. Even gitaar spelen. Of aan een trui breien. Blik op de klok. En weer door. Mijn houvast om me niet uit het veld te laten slaan. Om me taai te houden.


Ook in mijn werk heb ik dat lang gedaan. En het heeft me gebracht waar ik nu sta. Maar ten koste van wat is het gegaan? Anna Claudia heeft geholpen me dat bewust te worden. Bijvoorbeeld als ik ziek was en weer snel naar mijn werk wilde gaan. ‘Voor wie doe je dat Paul?’ Wie spoort me aan om dat te doen. Niemand. Ja, mijn eigen plichtsbesef. En dat stemmetje: gewoon doorgaan. En met vragen als ‘Waar word jij nu echt blij van?’ Heel ongemakkelijk, want ik wist het antwoord eigenlijk niet. Geleidelijk begon ik in te zien dat ik me zelf forceerde om maar vol te houden wat ik deed, niet op te geven. Ten koste van mezelf. Van mijn eigen levensgeluk. Steeds krampachtiger, steeds verder weg bij mijn gevoel. Bij mijn diepste verlangen.


Toen ik haar een aantal jaar geleden leerde kennen, was die verkramptheid ineens weg. Ik ontspande, voelde me gezien en geliefd. Durfde steeds meer mezelf te laten zien. Maar binnen een jaar kwamen daar al weer barsten in. Toen ze voor twee maanden voor werk in het buitenland was. Ik miste haar. En raakte weer in een oude kramp. Begon te twijfelen aan haar liefde voor mij; en mijn liefde voor haar. Vorig jaar bracht iemand me op het pad van Jan Geurtz. Ik las zijn boek Verslaafd aan liefde en meldde me aan voor zijn jaarcursus spiritualiteit en meditatie. Ik hoorde hem zeggen dat het niet de liefde van de ander is die je voelt. Nee, de ander vindt jou helemaal te gek en zorgt er zo voor dat je kunt ontspannen, dat je verkramping verdwijnt. En daardoor voel je de liefde weer stromen. De liefde die je ten diepste zelf bent, in je natuurlijke staat van zijn. Toen ik dat voor het eerst hoorde, leek het de wereld op zijn kop. Maar ik voel steeds meer dat het waar is.


En als dat zo is, dan hoef je je hoop niet te vestigen op een ander om jou lief te hebben. Dan is het de kunst om jezelf lief te hebben. Weer contact te maken met de liefde in jezelf. En om dát te gaan doen wat je ten diepste verlangt. Waardoor die verkramping zich oplost. En je weer kunt worden wie je eigenlijk bent.

Is dat niet heel egoïstisch? Niet in de zin dat het ten koste gaat van anderen. Maar dat je niet langer leeft ten koste van jezelf! Dat je je ego overstijgt. Niet meer leeft om jezelf groot te houden, de schijn op te houden. ‘Probeer je leven niet één of andere glans te geven in de ogen van anderen, geef je leven glans voor jezelf’, zegt Fritz aan het einde van de voorstelling IMMENS.

En dat lukt steeds beter nu ik gekozen heb om als coach en massagetherapeut te werken, en niet langer leiding te geven aan anderen maar aan mezelf.

209 keer bekeken
  • w-facebook