Zoeken
  • Paul Licht

‘Buikpijn’

We stonden met z’n twaalven in een kring. Op een grasveld met een tipi waarin ik twee nachten had geslapen. Een weekend in de Drenatse natuur; werkplaats voor de ziel. De laatste middag deelde iedereen om de beurt met één woord zijn gevoel. Allemaal positieve gevoelens. En het enige wat ik op dat moment voelde was mijn buikpijn. Een scherpe, diep naar binnen trekkende pijn, die mijn lijf deed verkrampen. ‘Buikpijn’, zei ik. Naast me werd met ongeloof gereageerd. Even later voelde ik de warme zon op mijn rug, de zachte aarde onder mijn blote voeten. Ik merkte dat ik me langzaam terug trok in mezelf, me afsloot, de verbinding verbrak.



De vrijdagavond was mooi gestart. Op het terrein waar ik eerder een zweethut ceremonie beleefde, kwam in het oosten de maan op, bijna vol. In het westen ging de zon stralend onder. En de hemel kleurde in alle kleuren van de regenboog. ‘Mijn kinderen zijn bij me’, dacht ik en het ontroerde me. Rond de vuurschaal zaten we, en ik zong en speelde In the blood van John Mayer.

De volgende middag waren we op onszelf in de natuur. Ik vond een plekje op een omgezaagde boom aan de rand van een groot heideveld. In mijn notitieboekje vond ik foto’s van mezelf als jong jongetje. Voor het eerst keek ik goed naar dat tweejarige ventje en zag hoe stevig hij stond bij die onbekende pony en hoe open hij het lekkers uit zijn hand liet eten. Op zijn gemak, in zijn element, onbevreesd.

Net als de anderen had ik de intentie uitgesproken veilig, open en waarachtig te zijn. Te delen met de ander wat je voelt en ervaart, wat je raakt. Daar aan de rand van de hei voelde ik het verlangen om weer te kunnen zijn als kleine Paul: met een open blik, vol vertrouwen, blij, verbindend met dieren, en met andere mensen. En als vader er te zijn voor mijn kinderen. Als een adelaar die zijn jongen leert vliegen door ze los te laten, en ze met zijn vleugels weer opvangt als het vliegen nog even niet lukt. Ik liep verder de hei op en volgde het jongetje in me dat een mooie klimboom zag. Ik klom erin en in de kruin liet ik me wiegen in de wind. Ik voelde me vrij. Later die middag zwommen we in een heidevennetje waar ik zwart van het veenwater weer uitstapte. En ’s avonds zaten we luidkeels te zingen in een houtgestookte hot tub.

Zondagmiddag was daar ineens die buikpijn. We hadden allemaal onze ervaringen van dit weekend verbeeld op een groot vel papier. We maakten een ronde langs ieders beeld. Bij mijn tekening aangekomen raakte ik opnieuw ontroerd. Ik voelde ongemak en zocht houvast bij de anderen, op zoek naar bevestiging. Het maakte me van slag. Het voelde als mijn laatste sollicitatiegesprek waarin ik me had voorgenomen echt eerlijk en vanuit mezelf te spreken. En niet te proberen het gewenste antwoord te geven. Ik verliet dat gesprek met het gevoel dat het niets zou worden. Een dag later werd ik aangenomen omdat het zo’n goed gesprek was geweest en ik precies de persoon was die ze zochten. Ook deze zondagmiddag eindigde met een katerig gevoel waarbij ik dacht iets niet goed te hebben gedaan. Bang was voor het oordeel van de anderen. Ik durfde niet op mezelf te vertrouwen en zocht naar bevestiging bij de ander.

Dat inzicht kwam pas nadat ik alweer enkele dagen thuis was. Waarin ik me terugtrok, uit contact ging. Ik voelde me geïmplodeerd; al mijn energie was weg. Totdat ik ineens inzag dat het mijn eigen angst was. Angst om me kwetsbaar op te stellen, buiten de groep te vallen, anders te zijn. Afgewezen te worden. Mezelf zijn vraagt moed en vertrouwen. Om, ook als het retespannend is, het jongetje te zijn dat onbevangen en liefdevol in de wereld staat. Toen ik dat inzag kon ik me weer openen. Mijn lijf had dat zondag al gevoeld. ‘Welkom buikpijn.’

236 keer bekeken
  • w-facebook